Waarom elke wijk een woonzorgzone moet worden

De huidige legislatuur zet stilaan de eindspurt in. Heel wat lokale besturen tekenen alvast de krijtlijnen voor de komende periode(s) uit. De uitslag van de aankomende verkiezingen kennen wij nog niet, maar dat (ouderen)zorg een belangrijk punt op iédere bestuursagenda zal worden, staat wel al vast. Door Sander Van Garsse, senior consultant strategie

Een klein leger 'nieuwe ouderen'

De volgende jaren zal de groep van burgers van 65 jaar en ouder, momenteel goed voor 17 % van de totale bevolking, blijven aangroeien tot haast 25 % van de bevolking in 2060. Die forse toename concentreert zich vooral in de periode 2020-2040 en stabiliseert nadien. Met andere woorden: bij de start van de volgende legislatuur dient zich een klein leger van ‘nieuwe ouderen’, de zogenaamde medioren, aan.

Verminderde zelfredzaamheid

Wanneer we de gemiddelde 'grens' van zelfredzaamheid arbitrair vastleggen op 80 jaar, zien wij dat besturen tussen 2035 en 2060 geconfronteerd zullen worden met de grootste stijging van deze leeftijdsgroep van 80 jaar en ouder. Vandaag gaat het om 4,8 % van de totale Belgische bevolking. In 2060 is dat al 9,1 %. Een kleine 10 % van de inwoners van een willekeurige gemeente zal in 2060 dus een bepaalde mate van verminderde zelfredzaamheid hebben.

Het toekomstige bestuur heeft er dus alle belang bij om de dienstverlening naar deze ouderen toe goed uit te bouwen en op een efficiënte manier vorm te geven. Wij beschrijven hier alvast drie trends waaraan het nieuwe ouderenbeleid zou moeten voldoen.

1. De wijk als ankerpunt

In de praktijk blijken er sterke regionale verschillen te zijn tussen gemeentes. Een verstedelijkte Brusselse gemeente met een jonge bevolking is bijvoorbeeld geen kustgemeente met een sterk vergrijsde bevolking. Elke gemeente heeft er daarom baat bij haar beleid zo goed mogelijk te enten op haar eigen unieke bevolkingssamenstelling.

Verscheidenheid tussen en binnen gemeentes

De grote verscheidenheid die speelt tussen de verschillende gemeenten, speelt echter ook - en misschien nog sterker - binnen de gemeentegrenzen. Een gemeente kan bijvoorbeeld bestaan uit een relatief jonge populatie rond een vernieuwd dorpscentrum met veel nieuwe eengezinswoningen of een recent aangesneden verkaveling, met daarnaast nog drie sterk verouderende dorpskernen met een eerder landelijk karakter.

Evengoed kan een stad bestaan uit een verarmd gedeelte met veel oudere en onaangepaste woningen, een nieuw deel met recente appartementen en een kern met veel handelspanden, maar relatief weinig gezinswoningen. Optimaal wordt het beleid gedifferentieerd tussen deze wijken. De afbakening en de samenstelling van deze wijken kan best door de gemeentes zelf gebeuren. Of nog beter: door de bewoners zelf. Onze ervaring leert dat besturen vaak snel in staat zijn hun gemeente af te bakenen tot een ‘behapbare’ samenstelling.

Vaak zijn er vanzelfsprekende grenzen aan te geven: grenzen van vroegere deelgemeentes, treinsporen, natuurlijke afbakeningen zoals waterlopen, …. Ook inwoners zelf geven bij bevragingen zeer goed aan wat zij als hun wijk zien. Het verzamelen van indicatoren op wijkniveau is daarbij een complexe, maar noodzakelijke oefening. Wij denken daarbij aan gegevens in verband met werkloosheid, bebouwing, zorgverlening, …

Indicatoren op buurtniveau

Op dit moment zijn de meeste indicatoren slechts op gemeentelijk niveau beschikbaar, en daardoor slechts moeilijk vertaalbaar naar het wijkniveau. Gedetailleerde analyses van de gemeentelijke data naar wijkniveau zullen in de toekomst noodzakelijk blijken te zijn. Ook de andere actoren die actief zijn op het grondgebied kunnen data aanleveren die tot op wijkniveau kunnen worden geanalyseerd. Wij denken bijvoorbeeld aan thuiszorggegevens, diensten voor thuisverpleging … Het verzamelen van deze indicatoren maakt een (zorg)beleid op buurtniveau mogelijk.

2. Langer thuis

Uit onderzoek blijkt dat 6 op 10 ouderen er nog steeds sterk de voorkeur aan geven zelfstandig thuis te blijven wonen. Thuis hoeft daarbij niet per se in het eigen huis te zijn. Een aantal woningen zal immers niet of onvoldoende aanpasbaar blijken te zijn om zelfstandig thuis wonen mogelijk te maken. Dit zal zelfs in sommige gevallen waarschijnlijk niet wenselijk zijn; denk aan grote gezinswoningen, waarin enkel het ouderlijk echtpaar blijft wonen. Inwoners willen in hun eigen wijk blijven wonen, in hun eigen vertrouwde leefomgeving en ingebed in hun eigen gemeenschap.

Verwachtingen

Van zodra (elementen van) de persoonsvolgende financiering voor ouderen zal (zullen) worden ingevoerd, krijgt men zelf de mogelijkheid om wensen ook daadwerkelijk in de praktijk om te zetten. Besturen hebben er dan ook alle belang bij om de mogelijkheden te scheppen om aan de verwachtingen van hun verouderende bevolking te voldoen. Hoewel het niet meteen haalbaar (of zelfs wenselijk) lijkt om in elke wijk een woonzorgcentrum te voorzien, lijkt het aangewezen om voor de vergrijzende bevolking en op maat van elke wijk een ouderenbeleid uit te werken dat beantwoordt aan de lokale behoeften.

3. De gemeente als actor, regisseur of facilitator?

Wij bespreken de inkanteling van het OCMW in de gemeente bewust niet in dit artikel. Die stelt de gemeente wel voor een aantal bijkomende uitdagingen, die echter ook kansen bieden. Waar welzijn en zorg nu vaak nog als een exclusieve bevoegdheid van het OCMW worden gezien, lijkt het evident dat deze verantwoordelijkheid in de toekomst ook mee zal worden opgenomen door diverse gemeentelijke diensten.

Regionale context

Vandaag wordt deze opdracht erg verscheiden ingevuld, afhankelijk van de lokale behoeften. Veel OCMW’s bieden ruime ouderenzorg aan in hun dienstenpakket. Ook omwille van de inkanteling kiezen veel besturen voor de verzelfstandiging in OCMW-verenigingen (zogenaamde zorgbedrijven). Veel besturen zitten op dit moment in volle oprichtingsfase. Verschillende besturen geven aan deze verzelfstandigingsoefening verder te willen gaan uitvoeren in de volgende legislatuur, liefst in een regionale context. Besturen zoeken hierbij naar manieren om een publieke zorgspeler te creëren die concurrentieel kan zijn met de private spelers op de markt. Men creëert een publieke actor.

Bij het creëren van de actor wordt (misschien te) weinig aandacht besteed aan het behoud van de regisseursrol. De uitdaging van besturen zal er in de nabije toekomst uit bestaan om voor alle actoren op een gelijkwaardige manier de regisseursrol te vervullen. De eigen publieke diensten zijn daarbij dan een partner als alle andere.

Het water - nog even - te diep?

In de praktijk blijkt het water tussen de gemeente als regisseur en de zorgactoren vaak nog erg diep. Veel besturen geven aan dat er enkel praktische afspraken zijn met de zorgaanbieders op hun grondgebied, maar geen structureel overleg of signalisatiefunctie.

Ouderen tekenen zélf beleid uit

Besturen weten vaak niet in hoeverre elke zorgbehoevende op het grondgebied van hun gemeente de zorg krijgt die hij of zij eigenlijk nodig heeft. Naast de actor- en de regisseursrol, is er volgens ons nog een derde rol te detecteren. Besturen zullen bewoners ook vaker de kans (moeten) geven om zelf hun eigen gemeenschap vorm te geven en in te vullen naar hun wensen. Met de toevloed van nieuwe ouderen die er zit aan te komen, krijgt het bestuur ook de mogelijkheid om met deze nieuwe ambassadeurs voor hun gemeenschap aan de slag te gaan en het beleid samen met de oudere zélf uit te tekenen. Ervaringen uit bijvoorbeeld Nederland tonen aan dat bewoners graag inspanningen leveren voor hun gemeenschap als ze het gevoel hebben dat ze er ook zelf invloed op kunnen uitoefenen.

'Gemeenschap' creëren

Een belangrijke taak voor besturen zal eruit bestaan om in elke wijk voldoende 'gemeenschap' te creëren, met aanspreekpunten, ambassadeurs en mensen die de wijk als ‘hun’ wijk zien. Elk bestuur zal dus ook de rol van facilitator opnemen. Enkele voorbeelden van wijkgerichte initiatieven zijn initiatieven zoals burgerbudgetten en budgetten voor wijkverenigingen, cocreatiesessies rond de inrichting van dorpspleinen en de programmatie van lokale cultuurcentra.

Welkom in de age-friendly wijk

Een goed zorgbeleid begint echter al voor de zorgbehoevendheid start. Het model van de WHO (zie figuur) geeft een zeer goed raamwerk om elke gemeente en elke wijk ‘ouderenproof’ te maken. Door alle aspecten actief te benaderen en een plaats te geven in de wijk, kunnen ouderen langer deelnemen aan het dagelijkse leven.

Meer weten over hoe úw gemeente age-friendly wordt?

Neem dan vandaag nog contact met ons op.

Dit artikel verscheen eerder in een uitgebreidere versie in het juninummer van VIEWZ.