Hoe de oudere van vandaag het woonzorgaanbod van morgen "herprogrammeert"

"Zijn er nu te veel of te weinig zorgbedden?" De voorbije weken stonden de media weer bol van (onheils)berichten over het tekort, dan wel het teveel aan woonzorgbedden aan de kust, en bij uitbreiding in de rest van Vlaanderen. De directe aanleiding voor het opflakkeren van het debat is een studie van professor gerontologie Christel Geerts (VUB). Daarin wordt de vraag naar woonzorgplaatsen telkens opnieuw gerelateerd aan de zogenaamde programmatiecijfers. Het aantal bedden dat de overheid in een bepaalde gemeente toelaat, zeg maar. Die programmatiecijfers zijn echter een zeer zwakke indicator van de reële behoefte. Door Mike Deschamps, expert strategie

Lang vervlogen tijden

De programmatiecijfers zijn immers gebaseerd op bevolkingscijfers en gebruikspercentages van rustoorden uit lang vervlogen tijden. Dat terwijl het gebruik van deze woonvorm, en het profiel van de gebruiker de voorbije decennia ingrijpend is gewijzigd. Zo ontstonden er alternatieve woonvormen: assistentiewoningen (serviceflats), centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra. De zorgbehoevende oudere zo lang mogelijk thuis laten wonen, was én is de ambitie. Tegelijk werd – en wordt – de oudere steeds mondiger, meer en meer kwaliteitsbewust en op privacy gesteld. 

Complexe zorgsituaties

Meer dan waarschijnlijk zullen woonzorgcentra in de toekomst worden voorbehouden voor ouderen in complexe zorgsituaties. Zo is het afzetten van het aantal personen met dementie in een bepaalde gemeente tegenover het aantal geprogrammeerde plaatsen al een flinke stap in de richting van een 'juistere' woonzorgindicator. We zien immers dat woonzorgcentra zich meer en meer richten op deze doelgroep. Zo nam woonzorgcentrum Den Olm in Bonheiden begin augustus het voortouw door voortaan enkel nog maar personen met dementie te aanvaarden. 

Een dergelijke doelgroepspecialisatie kan de zorgkwaliteit alleen maar ten goede komen. Uiteraard dringt zich tegelijk een afstemming tussen de verschillende aanbieders op. De verleiding is immers groot zich voortaan allemaal op dezelfde specifieke – meest gunstig gefinancierde – klantensegmenten te gaan richten. En dan zijn er klantensegmenten die uit de boot vallen.

Daarnaast beïnvloedt ook de aanwezigheid van mantelzorg en georganiseerde thuiszorg de lokale woonzorgbehoefte. 

Zorgconsument grijpt de macht

De zorgconsument kijkt vandaag kritischer dan ooit naar de waaier aan zorgoplossingen. Prijs en kwaliteit worden vergeleken. Naast de dagprijs en de supplementen worden ook het imago en de reputatie van de zorgaanbieder mee in de weegschaal gelegd. Vraag is of ouderenzorgorganisaties zich al voldoende bewust zijn van dit nieuwe klantdenken.

Naar de kust ... en weer terug

De woonzorgbehoefte aan de kust is alleszins erg genuanceerd. Zo schetste een studie van de provincie West-Vlaanderen in 2015 een beeld van de zogenaamde 'aangespoelde senioren', ouderen die op latere leeftijd naar de kust verhuizen. Het blijkt dan vooral te gaan om gezonde, mobiele senioren, die soms op nog latere leeftijd weer naar het binnenland terugkeren. Het hoeft dan ook geen betoog dat de programmatiecijfers met een korrel zeezout genomen mogen worden.

Liever lang thuis

Bovendien is het nog steeds zo – en het ziet er niet naar uit dat dat zal veranderen – dat de grote meerderheid van de ouderen gewoon thuis woont. Voor wie het nodig heeft, is er ondersteuning via gezinszorg, thuisverpleging, personenalarmsystemen, maaltijden aan huis, boodschappendienst, poetsdienst, … Er is bovenal nood aan een doordachte organisatie en coördinatie van deze thuissituaties. 

Marktwerking of regulering?

Lokale zorgmarkten zijn immers zelden statisch van karakter. Wanneer er bijvoorbeeld twee nieuwe ouderenzorgvoorzieningen in een bepaalde gemeente tegelijk de deuren openen, is de kans op leegstand niet ondenkbeeldig. Een strijd om de zware zorgprofielen en de beste financiering zal meer dan waarschijnlijk het gevolg zijn.

Vraag is dan hoe de overheid hierop zal inspelen. De planning strikt reguleren? Of net de vrije markt laten spelen, zoals dat bij assistentiewoningen is gebeurd? Wij hebben er als samenleving alleszins het meeste baat bij ervoor te zorgen dat elk gefinancierd bed – waar dan ook – optimaal bezet wordt. Het zorgpersoneel wordt tenslotte via de sociale zekerheid gefinancierd, en daar betalen wij allemaal voor.

Real-time omgevingsanalyses

U hebt vast al begrepen dat de lokale woonzorgbehoefte al lang niet meer af te leiden is uit een simpele vergelijking van het aantal bedden en het aantal ouderen in een gemeente. Een gedetailleerde omgevingsanalyse of marktstudie op lokaal niveau is doorgaans een veel betere oplossing.

Vaak is de conclusie na zo'n analyse niet 'te veel of te weinig', maar: 'Wordt het volledige gamma van diensten aangeboden en ingevuld, op maat van de individuele zorgvrager?'.

De mate en de wijze waarop zorgaanbieders samenwerken en afspraken maken in functie van de zorgvrager is bepalend voor invulling van de reële behoefte. Wetende dat als het aan de oudere zelf lag hij, uitdrukkelijk en met aandrang, het liefst thuis in zijn eigen vertrouwde buurt wil blijven wonen.

Dát is de echte uitdaging voor de ouderenzorg vandaag, morgen én overmorgen.

Meer weten?

U wil meer weten over onze omgevingsanalyses, marktstudies en zorgmarketingadvies?

Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.