Beleving woonzorggebruiker verdient alle aandacht

Woonzorgorganisaties, -professionals en -gebruikers hebben een gemeenschappelijk belang: samen een thuisgevoel creëren, zodat wonen, leven en werken kan gebeuren in een warme, huiselijke omgeving. Al is dat niet eenvoudig. Dat bleek eens te meer op donderdag 11 mei tijdens de studievoormiddag 'Voor wie ontwerpen wij (woon)zorgarchitectuur' in de statige promotiezaal van de KU Leuven.

Dat gemeenschappelijke belang vergt immers een voortdurende inzet op een veelheid aan factoren waarin zo'n thuisgevoel wortelt. Gebruikersbeleving is daarbij een erg belangrijke katalysator. Net dat was het uitgangspunt van de studievoormiddag.

Door Alex de Kind

Impact op levenskwaliteit

Ann Heyligen (KU Leuven) opende de debatten met de stelling dat gebruikersbeleving een erg subjectief gegeven blijkt te zijn. Dat mag de aandacht ervoor echter niet in de weg staan. Hoe een bewoner in een woonzorgcentrum de omgeving beleeft, heeft immers een onmiskenbaar grote impact op de levenskwaliteit. Dat blijkt keer op keer weer uit tal van onderzoeken.

Belevingsinformatie ontsluiten

De grote uitdaging zit hem echter in het ontsluiten van de veelheid aan belevingsinformatie die er her en daar al voorhanden is, ging Margo Annemans (KU Leuven) verder. Zij lichtte het Tetra-project 'Van Zorg(zaam) Onderzoek naar Zorg(zaam) Ontwerp' toe.

Het doel van dit project was het opsporen van relevante belevingsinformatie en nagaan hoe die belevingsinformatie ontsloten kan worden naar het werkveld toe. Want alleen door die belevingsinformatie mee te nemen in het ontwerpproces van nieuwe woonzorginitiatieven kan er de volgende decennia een ingrijpende wijziging gebeuren in de manier waarop ouderen, al dan niet collectief, worden gehuisvest.

'Met andere ogen kijken'

Beno Schraepen (AP Hogeschool) schetste hoe het thuisgevoel van ouderen in woonzorgcentra wordt bepaald door verschillende factoren. Daarbij speelt zowel de hechting aan de eigen kamer, aan de gemeenschappelijke, sociale ruimten, als de openheid naar de buitenwereld toe een belangrijke rol.

Het onderzoek 'A Sense of Home' dat AP Hogeschool, Zorgbedrijf Antwerpen, UA en VUB de voorbije jaren ondernamen illustreerde daarbij de opportuniteiten die inzetten op gebruikersbeleving biedt. Zowel naar zorgbeleving en zorgkwaliteit, als naar efficiëntie.

Beno Schraepen daagde zorgorganisties dan ook graag uit om met andere ogen naar hun organisatie, hun werken en hun infrastructuur te kijken.

senseofhome.ap.be

'Zoals een groot gezin'

Lieve Debaillie vertelde gepassioneerd over Casa di Mauro. In deze leefboerderij in Kontich wonen, leven en werken nu al vijf, en over enkele jaren negen, jongvolwassenen met een mentale beperking. 'Zoals een groot gezin', wist Lieve Debaillie het treffend te vatten. Een betere manier om 'thuisgevoel' te vertalen kan ik mij alvast niet voorstellen.

Maar zoals in elk gezin, moet er brood op de plank komen. De volgende jaren zal dan ook duidelijk moeten worden hoe én in welke mate de persoonsvolgende financiering vrijwilligerswerk en sponsoring zal aanvullen.

www.casadimauro.be

VIPA zet in op healing environment

Als afsluiter lichtte Sara Feys het nieuwe onlineplatform toe waarmee VIPA een uitgesproken voortrekkersrol wenst op te nemen in het verspreiden van kennis over de principes van healing environment.

Op www.departementwvg.be/vipa-healing-environment vindt u alvast de eerste case studies. Sara Feys deed meteen ook een warme oproep aan het werkveld om best practices via het platform te delen en te verspreiden.

En nu?

Het heeft er alle schijn van dat de volgende jaren cruciaal zullen zijn. De persoonsvolgende financiering zal zonder twijfel mee vorm geven aan de op stapel staande woonzorginfrastructuurprojecten.

Het is daarbij echter goed stil te staan bij de gedachte dat het woonzorglandschap van overmorgen zal bevolkt worden door een heel ander soort zorgconsument. U, om precies te zijn. De volgende decennia zullen de babyboomers immers plaats ruimen voor een nog zelfbewustere, nog mondigere generatie. Hoe zal die woonzorggebruiker van overmorgen zich voelen in de zorginfrastructuur van vandaag?

De overheid als landschapsarchitect

In het (woon)zorglandschap van overmorgen zal de overheid mee landschapsarchitect zijn. Het accent zal meer en meer op thuiszorg en thuiszorgondersteuning komen te liggen. Zelfredzaamheid wordt het motto. Het zal zaak zijn al die wensen en tendenzen op elkaar af te stemmen.

Meer weten?

U kon er niet bij zijn? Vraag dan vandaag nog de presentaties aan.

Voor al uw vragen over duurzame zorginfrastructuur kunt u, ook via het contactformulier, steeds terecht bij Alex de Kind.