"100 kilometer stappen gekkenwerk? Dat zeggen mijn collega's mij wel eens, ja."

Klokslag 21.00 u. op vrijdag 10 augustus zet onze collega Patrick Laisnez de eerste van meer dan 100.000 stappen tijdens zijn vijfde Dodentocht. Maar niet zomaar. Hij zal dit jaar opnieuw een goed doel steunen. Zijn collega's steunen hem daarbij. 't Zit immers in het DNA van Probis: zorg dragen voor mens en maatschappij. Als sociaal bewogen én gedreven organisatie moedigt Probis zulke initiatieven dan ook graag aan. (Zelfs al zijn ze dan een beetje gek.) Dit jaar koos Patrick voor het EODEC in het Afrikaanse Togo, een centrum dat tandheelkundige zorgen verstrekt aan behoeftige kinderen in de hoofdstad Lomé en de omliggende dorpen. Over het hoe en het waarom van Patricks vijf Dodentochten voelen wij hem graag even aan de tand.

Waarom? Waarom stapt iemand eigenlijk 100 kilometer?

Patrick Laisnez: "100 kilometer stappen, tja, als je er goed over nadenkt, is het toch een béétje gekkenwerk. Dat zeggen mijn collega's mij ook wel eens, ja. Misschien hebben ze gelijk. Ik telde het tijdens een van mijn wandeltochten eens uit: het zijn zo'n 111.000 stappen in minder dan 24 uur. Een nacht en een dag, met hier en daar een korte tussenstop. Waarom? Da's eigenlijk haast vanzelf gegaan."

"Jarenlang zette ik me, steeds met volle goesting, in voor goede doelen, sociale en culturele organisaties. Het jeugdhuis, benefietorganisaties, festivalletjes met muziek of straattheater, ... Uren, dagen, weken, maanden aan vrijwilligerswerk kwamen zo op de teller te staan. En die teller telde vaak snel op, naast drukke beroepsbezigheden. Maar de goesting en het plezier waren er altijd. De 'kick' van het resultaat, die lach op het gezicht van de bezoeker, die artiest die zich op het podium helemaal smijt, ..."

"Tot je op een dag beseft dat je ook wel eens iets voor jezelf mag doen. En omdat Klein-Brabant nu eenmaal mijn streek is, kwam die mythische Dodentocht al snel op de radar. Wat me nog het meest aanspreekt, is dat je tijdens de hele opbouw, al die trainingen, en tijdens de ultieme toch volledig op jezelf aangewezen bent. 100 kilometer lang. Je komt tot jezelf, je maakt je hoofd leeg, je zet alles op een rijtje. Ik geloof dat ieder mens dat af en toe nodig heeft, ieder op zijn manier. Ik doe het zo."

"Iets voor mezelf dus. Maar toch ook weer voor de medemens. Vlakbij of aan de andere kant van de wereld. Van de sociale kruidenier in Stekene en Sint-Niklaas, tot een school in Zuid-Afrika, geleid door een Belgische kennis. Want als je dan toch die tocht maakt, kan je je evengoed laten sponsoren, niet? Zo brengt elke tocht steeds een mooi bedrag op."

"Ook mijn collega's bij Probis en vzw Vorm laten zich wat dat betreft allerminst onbetuigd. Dat siert hen en ons bedrijf telkens weer, vind ik. Daarbij komt nog dat het management de sponsorbijdrage van mijn collega's steevast verdubbelt. Het illustreert mooi de maatschappelijke meerwaarde die wij bij Probis allemaal nastreven. Wij willen, ook na onze dagtaak, niet onverschillig aan de zijlijn blijven staan. Wij zijn ervan overtuigd dat door net 'verschillig' te zijn, wij er een mooiere wereld van kunnen maken. Al was het maar een klein beetje."

"Ik hoor intussen waaien dat een aantal collega's in 2019 zelf ook de stoute schoenen gaan aantrekken voor een eigen uitdaging voor het goede doel. Het zit in ons DNA, zeg maar."

"Volgend jaar is er op dinsdag 19 maart trouwens opnieuw ons For A Better Life Gala in de Koningin Elizabethzaal in Antwerpen. For A Better Life is een vereniging die zich inzet voor kinderwelzijn, in binnen- en buitenland. Wij zetten er als Probis structureel én met volle goesting onze schouders onder."

Voor welk goed doel ga je dit jaar op pad?

"Dit jaar kwam ik via Regine, de 'schoonma' van onze zoon, in contact met het European Oral and Dental Education Center (EODEC) in Lomé in Togo. Zij gaat daar als tandarts elk jaar als vrijwilliger aan de slag. En da's hoognodig.  Togo telt immers meer dan zes miljoen inwoners, maar slechts 35 tandartsen. Bovendien is er Togo geen universitaire opleiding voor tandartsen. De opleiding wordt veelal gedaan in Senegal."

"Daarbij komt nog dat het overgrote deel van de bevolking niet de middelen heeft om tandheelkundige zorg te betalen. Daardoor gaan heel wat volwassenen geheel of gedeeltelijk tandeloos door het leven, met alle problemen van dien. EODEC heeft tot doel tandheelkundige zorg te verlenen aan wezen en behoeftige kinderen in Lomé en de omliggende dorpen. Daar trek ik mijn stapschoenen graag voor aan."

Welke momenten zijn je tot nog toe het meest bijgebleven?

"De Dodentocht is elke keer weer goed voor een aantal onvergetelijke kippenvelmomenten. Uiteraard sta ik telkens weer versteld van de talloze berichtjes en aanmoedigingen uit mijn omgeving."

"Maar ook onderweg maak je heel wat mee. En dat niet alleen wanneer je die laatste 100 meter door de Boomstraat in Bornem stapt, en je weet dat je het gehaald hebt. Onderweg zijn er heel wat kleine en grote momenten, die me telkens weer bijblijven. Dolle supporters - al dan niet verkleed - langs de kant van de weg, muzikanten, kinderen die dansen en aanmoedigen, een oud vrouwtje dat elke wandelaar vanop haar stoel vurig aanmoedigt, ..."

"Tijdens een van mijn Dodentochten zag ik in de omgeving van Londerzeel, tussen 5 en 6 in de ochtend, een kartonnen bordje langs de kant: "100 meter verder: gratis ontbijt". En inderdaad, 100 meter verder stond een jong koppeltje, dat op een kampvuur eitjes bakte, met sandwiches en croissants erbij. Gratis en voor niks, puur uit sympathie. Dan sta je toch even stil. Letterlijk én figuurlijk."

Welke tips heb je voor iemand die volgend jaar ook wel eens een poging zou willen wagen?

"Uiteraard: begin er niet onvoorbereid aan. Zorg voor een degelijk trainingsschema. En da's meer dan op voorhand enkele wandelingetjes maken. Met een goede voorbereiding ben je op voorhand wel een aantal maanden intensief bezig. En ja, dat kost tijd. Zorg daarnaast voor stevige wandelschoenen en goeie sokken, en loop die goed in."

"Het is ook belangrijk om je tocht goed in te delen. Voor mij betekent dat een gelijkmatig tempo, tussen 5 en 6 km/u, met slechts korte tussenstops. Hoe meer de kilometers vorderen, hoe meer ik tijdens die tussenstops ook probeer te stretchen om stijfheid tegen te gaan. Er tussendoor even bij gaan zitten, is dan ook écht geen goed idee. En niet te vergeten: voortdurend eten en drinken!"

"Wie intussen geprikkeld is geraakt en volgend jaar ook een poging zou willen wagen, mag trouwens zeker contact met mij opnemen."

En wat na 11 augustus? Op naar de 10 deelnames, toch?

"Goh, ik hoop om te beginnen deze vijfde deelname tot een goed einde te brengen. Daarna zien we wel."

"De Camino de Santiago? Ja, misschien komt dat er nog eens van."